
Reflecties van een waarnemend burgemeester: Brussel als kansenmachine

(NL, FR↓) Uiteindelijk zijn veiligheid, klimaat, stadsvernieuwing en democratie geen doelen op zich. Het zijn middelen om een grotere ambitie waar te maken: ervoor zorgen dat Brussel een kansenmachine blijft. Een stad waar je toekomst niet wordt bepaald door je afkomst, je inkomen, de taal die je thuis spreekt of de wijk waarin je opgroeit. Dat is misschien wel de essentie van een stad.
Steden zijn altijd plaatsen van aankomst geweest. Plaatsen waar mensen naartoe trekken om een beter leven uit te bouwen. Brussel is daarvan misschien wel het mooiste voorbeeld. Meer dan 190 nationaliteiten leven hier samen. Elke dag komen mensen naar onze stad om te studeren, te werken, een onderneming op te starten, een gezin te stichten of een nieuwe toekomst op te bouwen.
Te vaak bekijken we die complexiteit als een probleem. Ik denk dat we net het tegenovergestelde moeten doen. Brussel moet veel minder complexen hebben over zichzelf.
Ja, Brussel is complex. Het is meertalig. Het is institutioneel ingewikkeld. Het is sociaal divers. Het is een hoofdstad, een woonstad, een studentenstad, een werkstad en een internationale stad tegelijk.Maar net die gelaagdheid maakt Brussel uniek.
Terwijl veel steden steeds homogener worden, leert Brussel elke dag opnieuw samenleven met verschillen. Niet ondanks die diversiteit, maar dankzij die diversiteit. Onze toekomst ligt niet in het wegwerken van verschillen, maar in het omzetten ervan in kansen. Daarom geloof ik sterk in de rol van cultuur.
Cultuur is veel meer dan ontspanning of vrije tijd. Cultuur creëert ontmoeting. Ze brengt mensen samen die elkaar anders nooit zouden ontmoeten. Ze geeft mensen het gevoel ergens thuis te horen. Ze helpt ons verhalen te delen, verbeelding te ontwikkelen en een gemeenschappelijke toekomst vorm te geven.
In een superdiverse stad als Brussel is cultuur geen luxe. Het is essentiële stedelijke infrastructuur. Dat is ook de filosofie achter het nieuwe Nederlandstalige cultuurbeleidsplan dat we de voorbije jaren hebben ontwikkeld. Dat plan vertrekt niet van de vraag hoe we één gemeenschap kunnen versterken tegenover een andere, maar van de vraag hoe cultuur bruggen kan bouwen in een stad waar identiteiten voortdurend door elkaar lopen. Hoe maken we cultuur toegankelijker voor nieuwe Brusselaars? Hoe bereiken we jongeren die vandaag moeilijk hun weg vinden naar culturele instellingen? Hoe zorgen we ervoor dat de enorme culturele rijkdom van Brussel ook daadwerkelijk een gedeelde rijkdom wordt?
Wie investeert in cultuur, investeert uiteindelijk in sociale cohesie. Want kansen ontstaan niet alleen op school of op de arbeidsmarkt. Ze ontstaan ook in bibliotheken, jeugdhuizen, cultuurhuizen, academies, muziekateliers, sportclubs en verenigingen. Het zijn die plekken waar talent zich ontwikkelt, zelfvertrouwen groeit en mensen nieuwe netwerken opbouwen.
Daarom moet elke grote werf die we als stad ondernemen ook bekeken worden door de bril van gelijke kansen.
Wanneer we werken aan klimaatbeleid, moeten ook de dichtst bebouwde wijken toegang krijgen tot verkoeling, groen en leefkwaliteit. Wanneer we investeren in stadsvernieuwing, moeten bewoners mee profiteren van de verbeteringen die hun buurt ondergaat. Wanneer we werken aan veiligheid, moeten we evenveel investeren in kansen, onderwijs, jeugdwerk, cultuur en sport als in handhaving.
Want jongeren hebben niet alleen nood aan regels. Ze hebben vooral nood aan perspectief.
Ook democratie wordt sterker wanneer mensen voelen dat ze werkelijk kunnen deelnemen. Participatie begint niet bij een burgerraad. Participatie begint wanneer mensen zich gezien voelen, wanneer ze kansen krijgen om zich te ontwikkelen en wanneer ze ervaren dat hun stem ertoe doet.
Brussel moet daarom niet alleen de hoofdstad van Europa zijn. Brussel moet ook de hoofdstad van kansen zijn.
Een stad waar een kind uit de Noordwijk, de Marollen, Neder-Over-Heembeek, Laken, Haren of de Vijfhoek dezelfde ambitie mag koesteren als eender welk ander kind. Een stad waar talent belangrijker is dan afkomst. Waar diversiteit geen breuklijn wordt, maar een hefboom voor vooruitgang.
Dat vraagt investeringen in betaalbare woningen, kwaliteitsvol onderwijs, sterke buurten, jeugdvoorzieningen, sportinfrastructuur, cultuur en sociale cohesie. Maar bovenal vraagt het vertrouwen in mensen.
Want uiteindelijk ligt de grootste rijkdom van Brussel niet in haar gebouwen, haar instellingen of haar internationale uitstraling. De grootste rijkdom van Brussel zijn de Brusselaars zelf. Hun talent, hun creativiteit, hun ondernemerschap en hun veerkracht vormen het echte kapitaal van onze stad.
Als we erin slagen dat talent maximaal tot bloei te laten komen, zullen ook de andere werven slagen. Dan wordt klimaatbeleid socialer. Dan wordt stadsvernieuwing inclusiever. Dan wordt democratie sterker. Dan wordt veiligheid duurzamer.
Uiteindelijk wordt een stad niet beoordeeld op de hoogte van haar torens of de omvang van haar projecten. Een stad wordt beoordeeld op de kansen die ze biedt aan haar inwoners.
Dat is voor mij de essentie van Brussel.
Niet zomaar een hoofdstad, maar een stad die generatie na generatie mensen de kans geeft om vooruit te gaan. Een stad die haar complexiteit niet verbergt, maar omarmt. Een stad die haar diversiteit niet vreest, maar beschouwt als haar grootste kracht.
Een stad die blijft geloven dat afkomst nooit je bestemming mag bepalen. Dat is misschien wel de belangrijkste werf van allemaal.
Cultuur speelt daarin een cruciale rol, maar ontmoeting ontstaat niet alleen in onze cultuurhuizen, bibliotheken of theaters. Ze ontstaat ook op plekken waar Brussel helemaal zichzelf wordt. Evenementen zoals de Zuidfoor brengen elk jaar honderdduizenden Brusselaars van alle leeftijden, achtergronden en wijken samen. Het zijn momenten waarop de stad even één gemeenschappelijke huiskamer wordt.
In een tijd waarin mensen steeds vaker naast elkaar leven zonder elkaar echt te ontmoeten, zijn zulke gedeelde ervaringen van onschatbare waarde. Ze versterken het gevoel van verbondenheid en herinneren ons eraan dat we, ondanks al onze verschillen, uiteindelijk dezelfde stad delen.
(FR) Au final, la sécurité, le climat, le renouvellement urbain et la démocratie ne sont pas des fins en soi. Ce sont des moyens au service d'une ambition plus grande : faire en sorte que Bruxelles demeure une véritable machine à opportunités. Une ville où votre avenir n'est pas déterminé par vos origines, vos revenus, la langue parlée à la maison ou le quartier dans lequel vous avez grandi. C'est peut-être là l'essence même d'une ville.
Les villes ont toujours été des lieux d'arrivée. Des lieux vers lesquels les gens convergent pour construire une vie meilleure. Bruxelles en est sans doute l'un des plus beaux exemples. Plus de 190 nationalités y vivent ensemble. Chaque jour, des personnes viennent dans notre ville pour étudier, travailler, créer une entreprise, fonder une famille ou bâtir un nouvel avenir.
Trop souvent, nous considérons cette complexité comme un problème. Je pense au contraire que nous devrions faire exactement l'inverse. Bruxelles devrait avoir beaucoup moins de complexes à propos d'elle-même.
Oui, Bruxelles est complexe. Elle est multilingue. Son organisation institutionnelle est complexe. Elle est socialement diverse. Elle est à la fois une capitale, une ville résidentielle, une ville étudiante, une ville de travail et une ville internationale. Mais c'est précisément cette superposition de réalités qui rend Bruxelles unique.
Alors que de nombreuses villes deviennent toujours plus homogènes, Bruxelles apprend chaque jour à vivre avec les différences. Non pas malgré cette diversité, mais grâce à elle. Notre avenir ne réside pas dans l'effacement des différences, mais dans leur transformation en opportunités.
C'est pourquoi je crois profondément au rôle de la culture. La culture est bien plus qu'un loisir ou un divertissement. Elle crée de la rencontre. Elle rassemble des personnes qui, autrement, ne se seraient jamais croisées. Elle donne à chacun le sentiment d'appartenir à un lieu. Elle nous aide à partager des récits, à développer notre imagination et à construire un avenir commun.
Dans une ville aussi diverse que Bruxelles, la culture n'est pas un luxe. Elle constitue une infrastructure urbaine essentielle. Telle est également la philosophie qui sous-tend le nouveau plan de politique culturelle néerlandophone que nous avons développé ces dernières années. Ce plan ne part pas de la question de savoir comment renforcer une communauté par rapport à une autre, mais de celle de savoir comment la culture peut créer des ponts dans une ville où les identités s'entrecroisent en permanence. Comment rendre la culture plus accessible aux nouveaux Bruxellois ? Comment atteindre les jeunes qui peinent aujourd'hui à trouver leur place dans les institutions culturelles ? Comment faire en sorte que l'immense richesse culturelle de Bruxelles devienne réellement une richesse partagée ?
Investir dans la culture, c'est finalement investir dans la cohésion sociale. Car les opportunités ne naissent pas uniquement à l'école ou sur le marché du travail. Elles émergent aussi dans les bibliothèques, les maisons de jeunes, les centres culturels, les académies, les ateliers de musique, les clubs sportifs et les associations. Ce sont ces lieux où les talents se développent, où la confiance en soi grandit et où se créent de nouveaux réseaux.
C'est pourquoi chaque grand chantier entrepris par la ville doit également être examiné à travers le prisme de l'égalité des chances.
Lorsque nous mettons en œuvre une politique climatique, les quartiers les plus densément bâtis doivent eux aussi avoir accès à la fraîcheur, aux espaces verts et à une meilleure qualité de vie. Lorsque nous investissons dans le rénovation urbaine, les habitants doivent bénéficier des améliorations apportées à leur quartier. Lorsque nous travaillons sur la sécurité, nous devons investir autant dans les opportunités, l'enseignement, le travail de jeunesse, la culture et le sport que dans l'application des règles et la prévention.
Car les jeunes n'ont pas seulement besoin de règles. Ils ont surtout besoin de perspectives.
La démocratie aussi se renforce lorsque les citoyens ont le sentiment de pouvoir réellement participer. La participation ne commence pas avec une assemblée citoyenne. Elle commence lorsque les gens se sentent reconnus, lorsqu'ils ont des possibilités de se développer et lorsqu'ils constatent que leur voix compte réellement.
Bruxelles ne doit donc pas seulement être la capitale de l'Europe. Bruxelles doit aussi être la capitale des opportunités.
Une ville où un enfant du Quartier Nord, des Marolles, de Neder-Over-Heembeek, de Laeken, de Haren ou du Pentagone peut nourrir les mêmes ambitions que n'importe quel autre enfant. Une ville où le talent compte davantage que l'origine. Une ville où la diversité n'est pas une ligne de fracture, mais un levier de progrès.
Cela nécessite des investissements dans le logement abordable, un enseignement de qualité, des quartiers forts, des infrastructures pour la jeunesse, des équipements sportifs, la culture et la cohésion sociale. Mais cela exige avant tout de faire confiance aux personnes.
Car, au fond, la plus grande richesse de Bruxelles ne réside ni dans ses bâtiments, ni dans ses institutions, ni dans son rayonnement international. La plus grande richesse de Bruxelles, ce sont les Bruxelloises et les Bruxellois eux-mêmes. Leur talent, leur créativité, leur esprit d'entreprise et leur résilience constituent le véritable capital de notre ville.
Si nous parvenons à permettre à ce talent de s'épanouir pleinement, alors les autres chantiers réussiront également. La politique climatique deviendra plus sociale. Le rénovation urbaine sera plus inclusive. La démocratie se renforcera. La sécurité gagnera en durabilité.
Au final, une ville ne se juge ni à la hauteur de ses tours ni à l'ampleur de ses projets. Une ville se juge aux opportunités qu'elle offre à ses habitants.
Voilà, pour moi, l'essence de Bruxelles.
Non pas simplement une capitale, mais une ville qui, génération après génération, offre aux personnes la possibilité d'avancer. Une ville qui ne cache pas sa complexité, mais l'assume. Une ville qui ne craint pas sa diversité, mais la considère comme sa plus grande force.
Une ville qui continue de croire que l'origine ne doit jamais déterminer le destin. C'est sans doute le plus important de tous les chantiers.
La culture y joue un rôle essentiel, mais la rencontre ne naît pas uniquement dans nos centres culturels, nos bibliothèques ou nos théâtres. Elle prend également forme dans les lieux où Bruxelles est pleinement elle-même. Des événements comme la Foire du Midi rassemblent chaque année des centaines de milliers de Bruxelloises et de Bruxellois de tous âges, de tous horizons et de tous quartiers. Ce sont des moments où la ville devient, l'espace d'un instant, un grand salon commun.
À une époque où les personnes vivent de plus en plus côte à côte sans réellement se rencontrer, ces expériences partagées ont une valeur inestimable. Elles renforcent le sentiment d'appartenance et nous rappellent que, malgré toutes nos différences, nous partageons finalement la même ville.


